This message will self-destruct…

“Die neger is fucking baas!”

Eh, wat? De drie studenten die vlak naast me zitten in de trein hebben het over een film, schijnt. Het plot wordt me niet duidelijk en waarom de betreffende persoon een baas is, kan ik ook niet uit het verhaal ontwaren. Wel wordt het me al snel duidelijk dat ik niet meer tot de doelgroep behoor.

Want, dames en heren, ik word oud. Dat is geen wonderbaarlijke ontdekking op je 34e, maar voor iemand die op zijn 18e vers van school de IT inrolde en sinds zijn 21e fulltime in loondienst is (en bij drie ex-werkgevers vaak de jongste in het team was) kost het toch even tijd om daaraan te wennen. Maar het wordt misschien nog duidelijker als je bewust trends aan je voorbij laat gaan.

Snapchat. Ik snap het gewoon niet. Als ik plaatjes naar een select groepje mensen wil sturen, heb ik daar WhatsApp, iMessage of Facebook Messenger voor. Als ik het met de wereld wil delen, post ik het op Instagram, Twitter en/of Facebook. Als ik contact met iemand wil zoeken, dan mail of WhatsApp/SMS ik diegene wel even. Maar het belangrijkste: ik beslis wat er in mijn inbox zit, en wat erin blijft. Als je mij een mail wilt sturen die ik maar 10 seconden mag lezen, stuur dan niks. Als je mij een foto wilt laten zien die ik maar 10 seconden mag aanschouwen en verder niet mag opslaan, waarom stuur je me uberhaupt iets?

Het is de voornaamste reden dat ik ephemeral (wat is daar de juiste vertaling trouwens van? Kortstondig, vluchtig?) diensten als Snapchat, Path Talk en Facebook Slingshot links heb laten liggen. Ik erger me nu al dood als ik informatie waarvan ik weet dat dat in een mailtje uit 2009 staat niet meer kan vinden, laat staan dat ik die berichten gewoon niet meer heb. En als je me iets stuurt beslis ik of ik het lees, wanneer ik het lees, en of ik het opnieuw wil kunnen lezen. En we weten al sinds Inspector Gadget dat self-destructing messages nooit een groot succes kunnen zijn. Nou ja, als ze letterlijk ontploffen dan, natuurlijk.

Goed, genoeg geklaag van opa. Maar waar ik er vroeger als de kippen bij was als er weer iets nieuws was gestart (MySpace, Orkut, Friendster, Hyves, Twitter, Facebook, Google Plus), worden er nu steeds meer diensten uit de grond gestampt die me echt totaal niet meer interesseren. Nee, ik heb geen Social Media-moeheid of informatie-obesitas. Ik ben wel selectiever geworden wat betreft de apps en netwerken waar ik mijn energie nog in wil steken. En Snapchat zit daar duidelijk niet tussen.

Waarom ik nog geen Apple Watch heb

Geld. Oke, dat is het verhaal natuurlijk niet helemaal. Maar als ik een Apple Watch wil in de uitvoering die mij niet teveel pijn aan de ogen doet (de 42mm Watch met Link Bracelet) dan ben ik er zo’n 1000 euro aan kwijt. Voor een device dat voornamelijk mijn iPhone nodig heeft en elke nacht aan de lader moet, is dat een bedrag waar ik in ieder geval erg lang over na moet denken. En dan is er nog het fenomeen horloge zelf.

Want: wanneer droeg ik voor het laatst een horloge? Als klein jochie had ik ooit een Mickey Mouse-horloge en rond groep 8 kreeg ik een Casio die ik jaren zou dragen. Wat nou opladen? Totdat ik ergens tijdens mijn middelbare schoolloopbaan stopte met het dragen van horloges. Of uberhaupt met het letten op de tijd, als je het aan mijn leraren van toentertijd zou vragen. (Op donderdagochtend 5 minuten voor het einde van aardrijkskunde binnenkomen om alleen de leraar even met zijn hoofd te zien schudden, de opdrachten voor de volgende les te kunnen noteren en er weer vandoor te gaan. Ik was de tijd van minimalisme, efficiency en het nieuwe werken gewoon al ver vooruit).

Als ik de tijd wil weten kijk ik rechtsboven op mijn Mac. Of pak ik mijn iPhone erbij. “Maar Riemer, dan moet je dus je iPhone uit je broekzak vissen.” Klopt. Dus op zich, als ik dan met een zware boodschappentas in mijn rechterhand even mijn berichten wil lezen, dan kan ik gewoon mijn pols draaien en op mijn Apple Watch kijken. Eh, maar hoe bedien ik dat ding dan? Met mijn rechterhand. Oh, eh, juist. En als iemand belt, dan kun je voortaan met je Watch het gesprek beantwoorden. Yep. Euh, met mijn neus? En als ik een Tall Caramel Latte in mijn linkerhand heb (ja, want dat vind ik lekker eigenwijze barista van de Starbucks) en er verschijnt iets op het display van de Watch? Gewoon maar geen witte kleding meer dragen? Alvast een nieuwe bestellen?

Siri gebruiken? Voor de gein stuur ik wel eens iMessages via Siri naar het thuisfront, als ik in de auto zit. De eerste poging “Rij nu bij Piet Boon” wordt al snel verhaspeld naar “Rij in de babyboom” waarna de volgende poging (en dan ben ik ondertussen alweer de verkeerslichten voorbij) maar gewoon “Rij nu Zaandam in” wordt. En om nou hardop tegen je horloge te roepen “Lees bericht van Raad van Bestuur met onderwerp ‘Hoe wij alle omroepen gaan vernietigen’” lijkt me ook niet altijd een goed bericht. Overigens bestaat dat bericht niet echt, natuurlijk.

Design is mooi, maar ik koop de meeste gadgets pas als ik ook daadwerkelijk het praktisch nut inzie. Mijn eerste iMac kocht ik pas in 2007, nadat ik op een MacBook Pro van mijn toenmalige baas de geneugten van Mac OS X mocht ontwaren. Mijn eerste iPhone was een 3GS, nadat de kritiek op alle voorgaande modellen een beetje verstomd was, en ik mensen daadwerkelijk ermee had zien bellen en de apps had zien gebruiken. Mijn eerste iPad was de 4 (de new new Retina iPad, of hoe dat ding ook officieel mag heten). In eerste instantie ter vervangen van de analoge (dode bomen) krant (overigens is nu de app van de krant weer vervangen door Blendle). En verder om in bed gewoon films en series te kunnen kijken (nu is dat in een superdeluxe versie gegoten doordat er bij het bed ook nog eens een Apple TV en televisiescherm staan).

Maar goed, je raadt het al, praktisch nut voor de Apple Watch, behalve dat het zo leuk staat om je pols, zie ik voor nu dus nog niet. Sowieso wil ik ook geen dingen om mijn pols en draag ik verder ook geen sieraden of iets dergelijks. Ik wil niet uitsluiten dat ik ooit in de toekomst het praktisch nut wel inzie en met een grote gloeilamp, eh spaarlamp, eh ledlamp boven mijn hoofd tot de conclusie kom dat de gadgetfreak in mij weer van mijn portemonnee gaat winnen, maar voor nu laat ik de hype dus volledig aan me voorbij gaan.

Diensten, tools en meer

Qua hardware heb ik redelijk mijn ziel verkocht aan Apple, als gebruiker van iPhone, iPad, iPod, iMac, MacBook Pro en Apple TV (en in Hilversum staat momenteel nog een Time Capsule). Oh, en nee, ik heb geen Apple Watch.

Wat betreft de door mij gebruikte internetdiensten: not so much. Jarenlang heb ik zelf mijn websites, DNS en e-mail op een eigen server gehost: die stond eerst bij mijn werkgever-du-jour, en later bij de vrienden van Netwerkvereniging ColoClue. Totdat ik al dat gedoe met hardware zat was, en tegelijkertijd de VPS-providers als paddestoelen uit de grond kwamen schieten.

Websites
Mijn website is een redelijk simpele WordPress-installatie. Samen met wat kleine scriptjes en een screen-sessie met daarin mijn altijd draaiende IRC-client (ja mensen, dat bestaat nog, en er is nog leven op IRCNet, OFTC en fifonet) draait dat op een VPS bij TransIP of CloudVPS (het voormalige XLS Internet). Ze draaien allebei een LTS-versie van Ubuntu Linux, waarbij er dan altijd eentje een soort van ‘productie’-doos is, en de andere een speeltuin (waarop ik dan bijvoorbeeld met Ghost/NodeJS, Ruby on Rails, nieuwe versies van WordPress en allerlei andere zaken aan het pielen ben).

Domeinen en DNS
Toen ik stopte met mijn eigen server registreerde ik mijn domeinnamen al via TransIP. Nou, die konden dan ook wel de DNS gaan draaien. Dat was dus simpel en snel geregeld.

Mail
Privacyliefhebbers gaan nu misschien dingen naar het beeldscherm gooien, maar: mijn e-mail host ik al een paar jaar bij Google Apps. Gewoon met IMAP bij al mijn mails, en als webmailinterface heb je gewoon GMail, met de bijbehorende zeeën van opslagruimte.

Notities, Drafts, ToDo’s en andere lijstjes in het algemeen
Hallo groep. Ja, ik ben een Evernoter. Evernote dus. Ik gebruik het op Mac, iPhone en iPad en alles blijft netjes in sync. Random braindumps, drafts die ik WordPress wil frotten, boodschappenlijstjes, muziek die ik nog eens wil beluisteren, boeken die ik nog eens wil lezen, ideeën die ik nog eens wil uitwerken, het staat er allemaal in.

Foto’s
Iets raars wat je dan misschien niet verwacht: ik had ooit op mijn eigen server een Gallery met allerlei kiekjes, ik post wel eens wat op Instagram, Flickr, of 500px, en die dailylife snapshots komen ook op Facebook, Twitter en Tumblr. Ik zou kunnen syncen met iCloud Photo’s. Ik heb Lightroom CC en Photoshop CC, dus ik zou de Adobe Cloud kunnen gebruiken. Maar waar het op neerkomt… De meeste van mijn foto’s staan niet online! Op de iMac, op verschillende backupschijven op verschillende locaties, maar dus niet in een groot Picasa, DropBox of wat-dan-ook album.

Muziek
Er is een internetdienst van Apple die ik wel gebruik: iTunes Match. De hele muziekcollectie die ik in iTunes heb staan is zo ook beschikbaar op mijn iPhone, iPad of MacBook Pro, die toch wat minder opslagcapaciteit hebben dan mijn iMac. Voor alle andere muziekbenodigdheden is er Spotify. Of zelfs YouTube. Mijn CD-collectie heb ik derhalve al een tijdje niet meer aangeraakt. Ik denk dat deze binnenkort in een verhuisdoos verdwijnt en daar niet meer uit zal komen.

Televisie
In Hilversum had ik UPC, eh, Ziggo, zonder Horizon-box, maar wel met Horizon-app. Nu in Zaandam hebben we Digitale TV via XS4ALL (en had ik trouwens out-of-the-box werkende IPv6, voor de nerds onder u). Maar programma’s terugkijken, daarvoor hebben we de NPO-app en de RTL XL-app die we met AirPlay via de Apple TV naar de televisie doorzetten. En voor alle andere seriebenodigdheden is er Netflix.

Berichtendiensten
Oke oke, er is nog een dienst van Apple die ik dan gebruik: iMessage. En hier heb ik nog steeds geen allesomvattende oplossing gevonden qua beschikbare oplossingen: SMS, iMessage, WhatsApp, Telegram, Facebook Messenger, Google Hangouts. En ergens op mijn iPhone staat ook nog LINE en zelfs Skype. Als iedereen nou op een van al die diensten zou zitten, of al deze diensten ook onderling zouden kunnen communiceren: opgelost. Tot dan: ratjetoe aan berichtendiensten, en als je even niet oplet en alleen snel een notificatie ziet dat iemand je een nieuw bericht heeft gestuurd: je vervolgens de pleuris zoeken naar in welke app dat nou in hemelsnaam was. Nee, handig is anders.

En verder
Wat gebruik ik verder eigenlijk qua sites en diensten? Tonnen d’apps natuurlijk van de NS Reisplanner tot de Appie-app. Ik verdoe te veel tijd op 9GAG, ik experimenteer wel eens wat met AWS of Azure, laat eten bezorgen met de assistentie van Thuisbezorgd.nl, koop of verkoop spullen via Marktplaats / Ebay, lees artikelen via Blendle, koop nog wel eens een boek op bol.com, heb ooit banen gevonden via Monsterboard, lees restaurantreviews op Iens, reserveer wel eens via Couverts en oh ja, mijn vriendin vond ik ooit op Pepper.

Hello, shiny new iPhone

Bianca was haar retetrage iPhone 4 met constant crashende apps meer dan zat, belde T-Mobile voor een mooie aanbieding, en kreeg een dag later het bericht dat ze kon verlengen met een shiny gouden iPhone 6 in het vooruitzicht. Die werd dan ook een dag later in haar handen gedrukt. En toch gaat deze post daar niet over. (Een post die daar wel over gaat is haar Shoplog! Leest allen!)

Ik heb al een tijdje een iPhone 6, maar dan de zilveren natuurlijk (met de gouden wil ik nog niet dood gevonden worden, en ik was na al die jaren wel uitgekeken op zwart/spacegray). Echter, opeens hoorde niemand me tijdens telefoongesprekken. Niet dat ik dan zo vaak bel met mijn telefoon (waar denk je dat ik dat ding voor heb), maar om nou de hele tijd op speakerphone of met een headset te gaan bellen (de frontface microfoon deed het nog wel gewoon bleek al snel na Siri, Facetime en andere tests), dat was me toch te lastig.

Langs bij de Apple Store dan maar? Of naar iCentre? Ik besloot maar gewoon op apple.nl wat rond te klikken en te kijken wat de opties nou precies waren. Eerste klik: ik had nog recht op allerlei garantieregelingen (daarvoor moest Apple in het verleden wel goed op het consumentenrecht alhier worden gewezen, maar soit). Tweede klik: als luie consument kon ik mijn iPhone (nadat ik de SIM-kaart had verwijderd) gewoon meegeven aan een koerier. Derde klik: binnen een werkweek heb ik dan uitsluitsel over het hoe en wat (reparatie, vervanging, of het oude toestel terug want er is niks aan de hand meneer).

Nou, mooi! ’s Ochtends legde ik mij iPhone, SIM-kaart verwijderd, zonder verpakking en accessoires (want zo stond dat in de door Apple gemailde instructies) op het bureau van Bianca, en vertrok richting mediahoofdstad Hillywood. ’s Middags een iMessage van Bianca: de koerier wilde koste wat het kost toch echt een verpakte iPhone, en lieve slimme Toeps had maar het doosje van haar iPhone eromheen gepropt, voorzien van een dikke laag van haar roze ducttape. Nou ja, in ieder geval was dat ding nu onderweg.

Ik kon netjes via de koerier de weg van mijn iPhone van Zaandam, via Amsterdam en Tilburg, naar het reparatiecentrum in Breda volgen. Al snel zag ik op de statuspagina staan “Product replacement pending” en “Replacement product shipped” staan. Ja, het is duur spul van Apple, maar als je met een goed verhaal een Service Request indient, dan ligt er binnen een week een shiny new iPhone op je deurmat. En inderdaad, vandaag een berichtje van Bianca met deze foto (het lijkt nu net alsof ik een handmodel heb ingehuurd voor op mijn blog, maar goed):
Hello iPhone

Buiten spelen

Oke. Ik ga hier even uit de kast komen. Wat? Nee, niet zo! Volgens Facebook heb ik zelfs een vriendin (jeej! Oh, en dat klopt ook hoor, een hele mooie, lieve, slimme en lange zelfs). Maar er is wel dit: ik speel namelijk Ingress. Say what?

Oud-collega Patriek was als eerste van ons verslaafd aan Ingress, een Virtual Reality-spelletje, en toen midden 2014 ook eindelijk de iOS versie uitkwam voor iPhone-gehandicapten zoals ik (want zo zien die Google/Android-menschen ons natuurlijk) was het ook mijn beurt om de wonderen van Niantic Labs (eh, Google, dus) te aanschouwen. Een tijdje later kwam collega Roel ook meespelen. Om me vervolgens dubbel en dwars in te halen qua behaalde levels, punten, badges en wat er nog maar meer in het spel te behalen valt 🙂

Maarwatishet? Het is een spelletje op je telefoon. Het is een wereld die eigenlijk niet echt bestaat. Niet gek voor een spel, op zich. Toch is er een verschil met “normale” games: je moet namelijk naar buiten! Iep! Je moet zelfs bewegen! Holy guacamole, Batman! Als je de applicatie opstart zie je namelijk een kaart met straten (powered by Google Maps natuurlijk) en eventueel blauwe, groene of grijze punten of zelfs hele blauwe of groene velden. Bewegen op die virtuele kaart doe je… door te lopen! Ja, leg dat maar even aan een die-hard gamer uit, dat je niet met het bewegen van je mobiele telefoon of joystick of met een stel toetsen van je toetsenbord je door het speelveld kunt bewegen.

Dan de eerder vermelde punten, of eigenlijk: portals. Die kunnen blauw of groen zijn (van een bepaald team, want Ingress is eigenlijk een soort Catch-The-Flag) of grijs voor neutraal. En de theorie achter die portals is dat ze speciaal zijn: herkenningspunten, attracties, kunstwerken, historische gebouwen. En zo ontdek je plekjes (start Zemire et Azor-muziekje) die je normaal niet had gezien. Wist ik veel dat er een “Madonna Aan De Muur” hing aan de Koninginneweg. Dat Independer zit gevestigd in een oud gebouw dat vroeger de “Snelliusschool” was. Een winkeltje genaamd “Heksenbal”? Altijd voorbij gelopen zonder het ook maar een blik waardig te gunnen.

Over dat bewegen: alhoewel je kunt “cargressen” of “traingressen” werkt het spelletje het beste als je loopt of fietst. Waarbij je dus wel moet opletten dat je niet tegen een paal loopt of onverhoopt tegen een auto aanfietst (ik noem geen namen, maar je weet wie je bent). En als je een beetje fanatieke speler bent is dat best wel goed voor je conditie en vooral ook voor de lijn. Zo kan het zijn dat er al een hele groep IT’ers loopt te Ingressen die net iets slanker en/of bruiner oogt dan voorheen normaal voor ze was, omdat ze ook daadwerkelijk buiten komen en bewegen. En die (maar dat is vooral spelstrategie) ook nog eens sociaal contact lijken te hebben. Oke, vooral met elkaar, maar het is in ieder geval iets.

Maar goed, een hele lap tekst gaat je niet laten zien hoe dat spelletje er nou uitziet. Een flitsend en veel beter dan het spel zelf vormgegeven promotiefilmpje met de stereotiepe Aziaat-met-een-bril doet dat wel:

Ingress zelf eens proberen? Te vinden in de Google Play Store of de Apple App Store.