(On)bekende Nederlanders

Robine van der Meer. De meeste mensen hebben Wikipedia nodig om op te zoeken wie het is, maar mijn hoofd werkte als een soort Google Image Search en had de naam binnen een seconde bovenaan de zoekresultaten. Of all places was dit trouwens op Eindhoven Airport, waar ik op Bianca stond te wachten. Die had net drie dagen keihard gewerkt op Ibiza, en daar komen dan blijkbaar ook altijd semi-BN’ers vandaan when you least expect them. Het zoekresultaat klopte trouwens ook nog: het was de hedendaagse, ietwat geplastificeerde, bijgebruinde versie van mevrouw Van der Meer. Die blijkbaar ook een huisje op Ibiza heeft.

BN’ers. Ik knik altijd nog een beetje beleefd als ik ze tegenkom, zoals Anniko van Santen in de Jumbo (iets kleiner en iets blonder dan verwacht, maar nog steeds de Anniko waar jongens van mijn leeftijd met veel plezier naar zaten te kijken in de tijd van Telekids, Teleteens en Music City), Tanja Jess in de C1000 (die een grote lading frisdrank in een karretje aan het proppen was), en toen ik in Amsterdam woonde bijvoorbeeld Wouter Bos in de Albert Heijn (ooit Wouter in een t-shirt en korte broek gezien? Nou, ik wel. Wat fijn he). En Amsterdam (Noord) was ook altijd de plek waar ik Frits Lambrechts aan kassieres hoorde vertellen dat ze zo’n mooie naam hadden.

Als je in de mediasector werkt (en tja, ik werk nou eenmaal al 7 jaar bij de NPO) is het handig dat je niet bij elke BN’er die je tegenkomt in een stuip schiet, op je knieën gaat en om handtekeningen gaat zeuren. Alhoewel ik als ik Rik van de Westelaken door de kantine zie lopen (keurig in pak en niet in kloffie trouwens) wel de drang moet onderdrukken om hem te vragen of hij nou De Mol is. Maar verder lukt het me wel aardig. Zo loop ik vaak genoeg al bijna tegen Michiel Veenstra op (hij al lopend op een iPhone turend, ik al lopend op een iPhone starend, dat hij niet al veel eerder zijn heup heeft gebroken verbaast me, geintje Venema), ontwijk ik met souplesse de foutgeparkeerde auto van Rob Stenders en kan Dione de Graaff na het eten gewoon netjes voor mij langs haar tray wegzetten (dus nee: ik ben niet haar stalker).

“Maar Riemer, ben je dan echt nooit starstruck?” Jazeker wel, maar niet van BN’ers. Bij één van mijn eerste Toto-concerten hadden Willemijn (toen een vage kennis, nu zie ik haar dagelijks op het werk, hoe grappig), Henny en Marielle mij backstage gesmokkeld en daar ontmoette ik mijn muzikale helden dan voor het eerst (wel kort, want daarna moest ik me richting de laatste metro naar Spijkenisse en de laatste bus naar Hellevoetsluis haasten). Ik heb ze toen volgens mij verteld hoe goed ze die avond waren, en daarna werd ik stil. Heel stil. En hey fuck, ik bedenk me nu opeens dat ik toen helemaal geen handtekeningen van ze verzameld heb. Damn me!