Wait, whut?!

“Ja, natuurlijk! Lijkt me leuk!”

Ehm, oke. Wat heb ik nou net gedaan? Volledig overenthousiast heb ik er zojuist mee ingestemd dat we snel eens naar Tokyo moeten gaan. Samen. Ehhhhh. Normaal zou ik na anderhalve week net een dag naar Schubbekutterveen (dat is linksaf bij Swaffelscha) durven te gaan, what in the flying fuck just happened here? Heb ik de afgelopen week misschien teveel sushi gegeten? Is de Furai Pan van Yoshi Yoshi me zo zwaar op de maag gevallen? (Antwoord: ja).

Want over Nerd Heaven gesproken: Tokyo is daar het toppunt van, en staat daarom natuurlijk op mijn bucketlist, samen met het voor IT’ers niet te versmaden San Francisco en de hele Silicon Valley. Als mediafreak komt daar ook nog eens Los Angeles bij, en de CSI-kijker in mij kan Las Vegas gewoonweg niet negeren. (Al is het maar omdat oud-collega Fred daar altijd naartoe gaat, er zelfs is getrouwd en altijd met prachtige verhalen terugkomt uit die stad). Een overdosis Bones en House Of Cards zou waarschijnlijk ook Washington, DC kunnen toevoegen.

Ik ben een beetje een lastige vakantieganger. Backpacken, kamperen, survivallen: het is allemaal niet echt aan mij besteed. Urenlang liggen bakken op een strand of aan het zwembad echter ook niet (al was het maar omdat je je iPhone-scherm niet goed kunt zien in de felle zon of dat dat ding oververhit raakt in de warmte). En met een toiletrol onder je arm naar een openbaar toilet, of een douche die werkt op muntjes: no thanks. Dus tot nu toe hebben de meeste vakanties die ik zelf heb verzonnen zich afgespeeld in Londen, New York, Bangkok of Berlijn. De luxe van een goede hotelkamer, de stad met al zijn winkels en faciliteiten op struikelafstand. Stadsparken, musea en dierentuinen op loopafstand. Openbaar vervoer wat daadwerkelijk rijdt. Alles terug kunnen vinden in een toeristengids, op Google Maps, Yelp, Foursquare of Swarm. Kijk, dat snap ik.

Maar goed, ik dwaal af. Waar het hier dus eigenlijk om ging is dat er hier opeens dingen op sneltreinvaart gebeuren. En als Bianca nu naast me had gezeten had ze me vast uitgelegd dat de NS alles wat vroeger sneltrein werd genoemd allang heeft vervangen door de Intercity, en dat het dus een beetje vreemd is dat ik die term nog gebruik. (Wist ik hoor). Dat scheelt: ik ben in Hilversum en zij in Zaandam. Omdat we er niet meteen een daverende rollercoaster van wilden maken. En in de Python en de Vogel Rok zijn we al geweest.

Nerd Heaven

Wat een vreemde droom. Ik loop rond in een New York-style loftappartement. Al rondkijkend ontwaar ik Elinchrom studioverlichting, een Apple Cinema Display, een Wacom tablet en een iPhone oplaadkabeltje. De hele ruimte is licht en voornamelijk wit, met zwarte en grijze accenten. Als ik boven mijn tas op de donkergrijze Ikea-bank laat ploffen naast Mickey Mouse valt mijn oog op een NES (door de bewoonster zelf gerepareerd) en een Super NES. In de boekenkast een boek van Recensiekoning, maar ook een oude analoge Canon. Qua draadloos netwerk kan ik kiezen uit ‘Bitchbox’ en ‘YOLO DEVOLO’. De industriele look wordt verklaard met een aantal flessen in de hoek die doen herinneren aan de geurstoffenfabriek die vroeger in het pand was gevestigd. De Philips TV en de Apple TV staan op standby. Op de salontafel ligt een nummer van Quest. Beneden in de hoek zie ik een Crumpler-rugtas liggen (in dezelfde olijfgroene kleur zoals ik er ook eentje heb) met daarin een Canon EOS 5D Mk2 (ja, heb ik ook).

Cool he? Beetje mijn nerd heaven. Oh kijk, mijn fantasie verzint er nu een mooie nerdin van 1,83m bij die haar bril rechtzet en wat op haar MacBook Air zit te tikken. Ze heet blijkbaar Bianca, ze is fotografe en ze houdt van sushi (oke, hoofd, je kunt het ook overdrijven. Dit bestaat natuurlijk niet echt). Het meisje weet uit haar hoofd op te noemen wie vroeger de stem was van Radio 2 en tevens de zangeres van de Bonduelle reclames. (ha Riemer, dit geloof je toch niet zelf?) Ze verstaat net zoals ik altijd “Werken bij de Fancy” in plaats van “Werken bij Defensie” (oke oke, nu vind ik het zelf ook wel erg gek worden ja). En terwijl we zitten te eten pakt ze haar iPhone erbij, waardoor ik me niet meer bezwaard voel dat ik dat ook al 5 minuten wilde doen. (Riemer, dit stukje heb je volledig uit je duim gezogen, dat kan gewoon niet anders).

Goed, laat ik het dan maar toegeven: dit is inderdaad geen droom, noch uit mijn duim gezogen. Voor iemand die eigenlijk niets doet aan Valentijnsdag, is het knap ironisch dat ik sinds 14 februari iets heb met Bianca (want zo heet ze dan ook echt). Aangezien ik haar hierboven zowat praktisch de hemel in heb geprezen wil ik één en ander natuurlijk wel relativeren: ik heb de inhoud van haar koelkast gezien, dat was redelijk rampzalig (de houmous met groene kruiden bevatte in de winkel nog geen groene kruiden in ieder geval, de rucola leek op gedroogd gras). En ze wint dus bijna altijd met Wordfeud. Maar dat had ik al gemeld.

(On)bekende Nederlanders

Robine van der Meer. De meeste mensen hebben Wikipedia nodig om op te zoeken wie het is, maar mijn hoofd werkte als een soort Google Image Search en had de naam binnen een seconde bovenaan de zoekresultaten. Of all places was dit trouwens op Eindhoven Airport, waar ik op Bianca stond te wachten. Die had net drie dagen keihard gewerkt op Ibiza, en daar komen dan blijkbaar ook altijd semi-BN’ers vandaan when you least expect them. Het zoekresultaat klopte trouwens ook nog: het was de hedendaagse, ietwat geplastificeerde, bijgebruinde versie van mevrouw Van der Meer. Die blijkbaar ook een huisje op Ibiza heeft.

BN’ers. Ik knik altijd nog een beetje beleefd als ik ze tegenkom, zoals Anniko van Santen in de Jumbo (iets kleiner en iets blonder dan verwacht, maar nog steeds de Anniko waar jongens van mijn leeftijd met veel plezier naar zaten te kijken in de tijd van Telekids, Teleteens en Music City), Tanja Jess in de C1000 (die een grote lading frisdrank in een karretje aan het proppen was), en toen ik in Amsterdam woonde bijvoorbeeld Wouter Bos in de Albert Heijn (ooit Wouter in een t-shirt en korte broek gezien? Nou, ik wel. Wat fijn he). En Amsterdam (Noord) was ook altijd de plek waar ik Frits Lambrechts aan kassieres hoorde vertellen dat ze zo’n mooie naam hadden.

Als je in de mediasector werkt (en tja, ik werk nou eenmaal al 7 jaar bij de NPO) is het handig dat je niet bij elke BN’er die je tegenkomt in een stuip schiet, op je knieën gaat en om handtekeningen gaat zeuren. Alhoewel ik als ik Rik van de Westelaken door de kantine zie lopen (keurig in pak en niet in kloffie trouwens) wel de drang moet onderdrukken om hem te vragen of hij nou De Mol is. Maar verder lukt het me wel aardig. Zo loop ik vaak genoeg al bijna tegen Michiel Veenstra op (hij al lopend op een iPhone turend, ik al lopend op een iPhone starend, dat hij niet al veel eerder zijn heup heeft gebroken verbaast me, geintje Venema), ontwijk ik met souplesse de foutgeparkeerde auto van Rob Stenders en kan Dione de Graaff na het eten gewoon netjes voor mij langs haar tray wegzetten (dus nee: ik ben niet haar stalker).

“Maar Riemer, ben je dan echt nooit starstruck?” Jazeker wel, maar niet van BN’ers. Bij één van mijn eerste Toto-concerten hadden Willemijn (toen een vage kennis, nu zie ik haar dagelijks op het werk, hoe grappig), Henny en Marielle mij backstage gesmokkeld en daar ontmoette ik mijn muzikale helden dan voor het eerst (wel kort, want daarna moest ik me richting de laatste metro naar Spijkenisse en de laatste bus naar Hellevoetsluis haasten). Ik heb ze toen volgens mij verteld hoe goed ze die avond waren, en daarna werd ik stil. Heel stil. En hey fuck, ik bedenk me nu opeens dat ik toen helemaal geen handtekeningen van ze verzameld heb. Damn me!

And on that bombshell…

Volgens mij heb ik het al aan iedereen verteld, maar heeft er niks over op internet gestaan. Meestal staat dit soort dingen op sociale netwerken ook met een kleine tekst ergens verstopt in een hoekje met een afbeelding van een gebroken hartje erbij. Maar. Dus. Helena en ik zijn uit elkaar. Al een hele tijd zelfs. Officieel sinds vorig jaar augustus al, maar helemaal praktisch gezien sinds vorig jaar eind november / begin december. Ze moest alleen nog steeds wat spullen op komen halen. Een groot deel daarvan heeft ze gisteren opgehaald. Dat trok ik toch nog even slecht toen ik thuiskwam en die lege plekken in mijn huis zag. Maar als je het me op de man af vraagt was ik natuurlijk die rode ui uit de HelloFresh box aan het snijden.

“Maar Riemer, waarom schrijf je er nu wel over dan?” Nou lieve kijkbuiskinderen, omdat we het vandaag over daten gaan hebben. En het zou verdomd raar zijn als ik aan het daten was terwijl ik een relatie had. Nou ja, hoewel SecondLove en dat soort websites daar tegenwoordig anders over denken.

Laten we het eerst nog even vaststellen: ik ben ontzettend slecht in daten. Naast mijn algehele sociale awkwardness en mijn absolute onvermogen om interesse te veinzen in iets wat me totaal niet boeit, zorgen de zenuwen (it’s over 9000) en spanning van het fenomeen date alleen al dat er ergens half kortsluiting in mijn brein ontstaat. Ik ben dan al blij dat ik mijn naam zonder fouten uit weet te spreken. Als er een systeem bestond wat daadwerkelijk een legitieme match/klik/vonk kon bewerkstelligen, zonder dat er allemaal date-gedoe tussen zou zitten, ik zou er voor tekenen. Meteen.

Maar goed, deze sukkel zit dus op een datingsite. En meneer de idioot is natuurlijk weer de enige man op deze aardkloot die een meisje dat eruitziet als een fotomodel weet uit te zoeken op basis van alles behalve haar uiterlijk. Geen mens die dat gelooft, maar het is toch echt zo. Alleen, wat vaag, er komt een ‘like’ van haar. Stomverbaasd begin ik maar wat te mailen. Er komt antwoord. En nog wel meer. Mijn voorstel om koffie te gaan drinken wordt niet schaterlachend weggehoond. Behalve dat ze geen koffie drinkt. Dat is wel weer jammer.

And this is where our weirdness kicks in. Zij komt net uit een jarenlange relatie en heeft enkele trekjes (laat ik het zo maar even noemen) die ik ook heb, waardoor dat allemaal niet zomaar uit je systeem verdwijnt. Dat kan ook niet anders na zo’n lange tijd. Ik op mijn beurt ben nog stomverbaasd aan het wennen aan het feit dat er vrouwen bestaan die wel gewoon duidelijk en direct, op het lompe af, kunnen communiceren. (Heerlijk!) En ik wil alles even niet meer op sneltreinvaart: met Helena ben ik bijvoorbeeld veel te snel gaan samenwonen (dat besluit viel al binnen anderhalve maand), en dat is uiteindelijk een groot drama geworden.

Dus als je nu vraagt hoe dit verhaal verder gaat: ik heb geen idee. Mocht het mislukken, dan we hebben we aan elkaar in ieder geval voortaan een ideale uitlaatklep voor relatieproblematiek. Of zelfs voor sociale onhandigheid in het algemeen. En sowieso moeten we een Wiki met nutteloze feitjes aanmaken, want daar zijn we goed in. Wel oppassen: wiki is Hawaiiaans voor snel. En een viking. (Oké, oké, dat schrijf je anders, bite me).

“Maar Riemer, zijn er ook nog negatieve punten aan dat mens?” Jazeker! Ze wint bijna altijd met Wordfeud. Dat is bloedirritant.

Lief dagboek

“lief dagboek. vrijdag gingen we naar de efteling en dat was leuk. nou doei!”

Zat mijn hoofd maar zo simpel in elkaar, dan waren dit ook een stuk kortere blogs geweest. (Overigens zijn we vrijdag wel naar de Efteling geweest, maar daar gaat deze post niet over).

Maar hoe werkt het dan wel? Dat vroeg ik me eigenlijk ook af toen ik met een blauwe theemok (die ooit nog door Daphne is gekocht, volgens mij is hij van de Ikea 365 serie) en een groot wit rond bord (van Jolien, Smaak servies gekocht bij de Deen) aan de eettafel ging zitten (die eigenlijk van Helena is, hm, die wil ze vast nog eens terug). Daarna staar ik te lang naar Wordfeud (speel jij nog Wordfeud? Ja, ik speel nog Wordfeud, wees blij dat het geen Draw Something of Bejeweled Blitz is) omdat ik met een stel kutletters (alleen maar medeklinkers waarvan maar liefst twee keer Z) toch wil proberen zoveel mogelijk punten te scoren.

Vervolgens pak ik nog even de HelloFresh doos van deze week uit (ik had woensdag al gekeken wat er deze week in zou zitten). In mijn hoofd ontvouwt zich nu een ingewikkeld kookrooster (vanavond Schuttersburger, ik heb nog een halve koolraap en een pak veldsla over, ik heb al meer dan een week geen pizza meer gegeten) en op een magische wijze die ik zelf ook nog niet snap is dan opeens mijn week volgepland qua eten.

Al mopperend merk ik op dat de Wordfeud-tegenstander een briljant woord met bijbehorend puntenaantal heeft neergelegd. De betekenis was mij nog onbekend, maar gelukkig wordt de zet voorzien van een uitleg, die vanzelfsprekend meteen in mijn hoofd woord opgeslagen bij de rest van de nutteloze feitjes. (Wist je overigens dat de voice-over van NPO 1 Niek Montanus is? Thomas van Luyn is de stem van Lidl, Arjen Lubach die van Mediamarkt, Hadewych Minis doet Kruidvat en Ruben Nicolai is het Robeco Belegvarken. Oh, en het Conimex meisje is de Amsterdamse fotografe Aisha Zeijpveld).

Dus dat. Mijn hoofd is wat ik als IT’er zou noemen een relationele database. Eigenlijk ben ik ook een soort interne Wikipedia (“Riemer! NTR, dat is NPS, Teleac en wat ook alweer?”, “Hey Palstra, waar staat de afkorting MCP voor?”, “Zeg Palstrich, als ik iemand zoek die het meeste af weet van applicatie X, wie moet ik dan mailen?”, “Oh Pallie, De Wereld Draait Door, is dat 1, 2 of 3? Ik kijk niet lineair”). Vaak is dat handig. Soms is het lastig.

Want zo weet ik ook nog hoe oma Palstra – De Ruijter er vredig bij lag op de ochtend van 25 november 2005. Of hoe zwaar ik de kist van Michel vond toen we hem het laatste stukje moesten tillen in Crematorium Schagerkogge in Schagen. En dat ik me toen bedacht dat dat hetzelfde crematorium was waar oom Nico zeven jaar eerder was gecremeerd. Maar nog erger is dat er soms random een willekeurig moment naar boven floept waar ik me toentertijd voor doodschaamde, met fotografische precisie in mijn hoofd terecht komt, waarna ik er op bijna Gilles de la Tourette-achtige wijze een scheldwoord uitgooi. Maar op diezelfde manier weet ik dan ook weer dat ik op 2 mei 1988 met mijn ouders in de Maxis in Hoogvliet mijn eerste computer kocht, een Commodore 64, en daar bijna meteen Donald Duck op ging spelen. Bedankt hoofd.

Mijn relationele database functioneert dus zolang alles te ordenen is, te relateren is of met een opvallende gebeurtenis of twijfelachtige interesse te maken heeft. Oh, en voor de geïrriteerde lezers: NPO 2: Thijs Westerbeek van Eerten en Godfried van Run, NPO 3: Bart-Jan Cune en Paul Rabbering. En de zangeres van de nieuwe NPO-campagne, die een cover van “Iedereen Is Van De Wereld” zingt, is Celine Cairo.